Hartslag bij sporters
Een sterk hart hoeft minder vaak te kloppen. Bij goed getrainde sporters is een rusthartslag van 40 tot 60 normaal, soms zelfs lager.
Waarom een sporter een lagere hartslag heeft
Twee dingen veranderen bij regelmatige training:
- Hoger slagvolume: het hart pompt per slag meer bloed rond, doordat de hartspier sterker wordt en de hartkamers iets ruimer.
- Sterkere parasympathische tonus: het deel van het zenuwstelsel dat het hart in rust afremt, wordt actiever.
Het gevolg is dat je hart in rust toe kan met minder slagen om dezelfde hoeveelheid bloed te leveren. Lees ook hartslag en cardio.
Atletenhart kort uitgelegd
Bij sporters die jarenlang aan duursporten doen, kan het hart op een echo vergroot lijken: de wand is iets dikker, de kamers zijn ruimer. Dat noemen artsen een atletenhart. Het is een aanpassing aan training, geen ziekte. Belangrijk om te weten: er bestaan ook ziektes (zoals bepaalde cardiomyopathieën) waarbij het hart óók groter of dikker wordt — die zien er op een echo of MRI heel anders uit, en daar wordt door cardiologen specifiek naar gekeken bij twijfel.
Normale waardes bij sporters
Voor goed getrainde sporters zijn de volgende waarden in rust niet ongewoon:
- Rusthartslag 40–60 (recreatieve duursporter).
- Rusthartslag 35–45 (zeer goed getrainde uithoudingssporters).
- Maximale hartslag in lijn met de algemene formules (zie maximale hartslag).
- Snel herstel: hartslag zakt in de eerste minuut na inspanning duidelijk.
Wanneer een lage hartslag bij een sporter wél onderzocht moet worden
Sportbradycardie is alleen ‘gezond’ als er geen klachten zijn. Het beeld kantelt zodra je:
- duizelig wordt, vooral bij opstaan of inspanning;
- flauwvalt of bijna flauwvalt — zeker tijdens of vlak na sport;
- kortademig bent bij beperkte inspanning, terwijl je conditie niet duidelijk slechter is;
- onverklaarbare vermoeidheid hebt;
- aanvallen van een snel of onregelmatig hart hebt tijdens sport.
Flauwvallen tijdens sport is bij sporters altijd reden voor onderzoek. Het kan een onschuldige vasovagale reactie zijn, maar het kan ook iets zwaarwegenders zijn dat eerst uitgesloten moet worden.
Sportkeuring: voor wie?
Een sportkeuring is verstandig in de volgende situaties:
- Je bent boven de 35 en wilt beginnen met intensief sporten na een periode zonder regelmatige beweging.
- Er is hartziekte op jonge leeftijd in de directe familie (bijvoorbeeld plotseling overlijden voor het 50ste).
- Je hebt zelf risicofactoren (hoge bloeddruk, hoog cholesterol, diabetes, roken).
- Je hebt klachten gehad tijdens sport: pijn op de borst, duizeligheid, flauwvallen.
De huisarts kan je adviseren of een sportkeuring of een verwijzing naar de cardioloog passend is.
Trainen op hartslag
Voor uithoudingstraining is de hartslag een nuttig sturingsmiddel. Werk met zones gebaseerd op je geschatte of gemeten max-HR. Voor een uitleg, zie hartslagzones. Voor specifieke sporten: hartslag tijdens hardlopen en hartslag tijdens fietsen.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak bij klachten tijdens of na sport, bij hartkloppingen die terugkomen, of bij een lage hartslag mét klachten. Heb je een hartziekte in de familie en wil je intensief gaan sporten, vraag dan eerst advies. Zie wanneer naar de arts.